-- Intro
-- Hoe beschermt men ?
-- Werelderfgoed
-- Inventarissen
 - Internet formulieren




Brussel en de Overeenkomst van het UNESCO-Werelderfgoed

Unesco en Brussel I De Grote Markt van Brussel I De belangrijkste woningen van Victor Horta I Het Stocletpaleis I De Indicatieve Lijst

 

Indicatieve lijst van het Werelderfgoed

De uitvoering van het Verdrag van het Werelderfgoed impliceert dat elke staat die er lid van is, beschikt over wettelijke maatregelen en noodzakelijke middelen voor het behoud van zijn onroerend erfgoed. De opmaak van inventarissen en de publicatie van registers van gevrijwaard erfgoed sluiten aan bij dit erkennings- en identificatieproces van het erfgoed, zowel op regionaal als op nationaal niveau.
De inschrijving van een goed op de UNESCO-Werelderfgoedlijst door het Comité van het Werelderfgoed betekent het behalen van deze erkenning in de ogen van de internationale gemeenschap.
Voor deze inschrijving legt elke staat die partij is bij het Verdrag, een indicatieve lijst voor aan het Comité van het Werelderfgoed. Deze lijst is als het ware een inventaris van goederen, gelegen op het grondgebied van een staat en wordt in de loop der jaren door deze laatste beschouwd als geschikt voor opname in de UNESCO-Werelderfgoedlijst. De staat verbindt zich ertoe op lange termijn het goed te behouden en te valoriseren.
De Belgische indicatieve lijst telt op dit ogenblik 16 monumenten. Voor deze lijst werd in 2007 een proces tot herziening georganiseerd die in 2008 bekrachtigd werd.
De Belgische indicatieve lijst is beschikbaar op de officiële website van het Werelderfgoed

De Brusselse monumenten ingeschreven op de indicatieve lijst

Op basis van voorstellen van de Directie Monumenten en Landschappen, die rekening houden met de criteria voor werelderfgoed en het standpunt van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 26 april 2007 beslist om drie monumenten van het Brusselse erfgoed in aanmerking te nemen voor de Belgische indicatieve lijst van UNESCO.
Deze monumenten die internationale erkenning op het hoogste niveau verdienen, zijn: « Het Brusselse Justitiepaleis », de « Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen » en het huis met atelier van Henry Van de Velde «  Bloemenwerf ».
Elk van deze voorstellen werd wetenschappelijk gemotiveerd door kunsthistorici van de Directie Monumenten en Landschappen in overeenstemming met de vereisten van UNESCO.
Op het Justitiepaleis na maken deze voorstellen deel uit van reeksen die de landsgrenzen overstijgen en behoren zij tot categorieën die nog niet sterk vertegenwoordigd zijn, met name de 19e-eeuwse en de moderne architectuur: « het architecturale werk van Van de Velde » en  « De overdekte winkelstraten » als commerciële typologie.
De geselecteerde monumenten genieten een wettelijke bescherming en vervullen de vereiste integriteits- en authenticiteitsvoorwaarden.

Het Brusselse Justitiepaleis
Korte beschrijving en verantwoording:
Het Brusselse Justitiepaleis, gebouwd vanaf 1862, is het meesterwerk van de architect Joseph Poelaert. Dit reusachtige gebouw is zonder enige twijfel het hoogtepunt van het 19e-eeuwse eclectisme. Zijn stijl is klassiek geïnspireerd met imitaties uit de Assyro-Babylonische en de Egyptische architectuur. Het gebouw is een assemblage van vormen en massa's waarbij de binnen- en buitenruimtes op een verrassende en gewaagde manier in elkaar overgaan. Zijn samenstelling is een van de eerste erkende toepassingen van aaneengeschakelde evenredigheid, beter bekend onder de noemer « gulden snede ». Het Justitiepaleis staat ook bekend als het grootste 19e-eeuwse gebouw. Zijn structuur wendt dan ook de industriële technieken aan die ten tijde van het ontwerp het meest performant waren.
Vooropgesteld selectiecriterium (i).
http://whc.unesco.org/fr/listesindicatives/5357/

De Passages van Brussel - Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen.
Korte beschrijving en verantwoording:
De Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen zijn de eerste echt monumentale, overdekte winkelstraten van de 19e eeuw. Ze dateren van 1847, bevinden zich bij de Grote Markt in Brussel en weerspiegelen de voorspoed en de ambitie van de nieuwe Belgische staat onder het bewind van koning Leopold I. Hun plan ontketent een revolutie in de architectuur van de galerijen die zich sinds het begin van de eeuw ontwikkeld heeft volgens het Parijse model. Het voegt een nieuwe dimensie toe. Architect Jean-Pierre Cluysenaar (1811-1880), een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de neoclassicistische stijl in België, laat zich tegelijkertijd inspireren door de Italiaanse renaissance en door de moderne technologie van ijzer en glas. Zo ontwierp hij een straat die er uitziet als « crystal palace » wat perfect aanleunt bij het stedelijke landschap.
Voorgestelde selectiecriteria (ii) en (iv).
http://whc.unesco.org/fr/listesindicatives/5357/

Het architecurale werk van Henry Van de Velde / Bloemenwerf
Korte beschrijving en verantwoording:
Bloemenwerf, het eerste werk van Henry Van de Velde, werd gebouwd in Ukkel in 1895. Het zal het thuisatelier van de architect worden tot aan zijn vertrek naar Duitsland in 1900. Bloemenwerf behoort ongetwijfeld tot de art nouveau, maar staat veraf van wat de Brusselse school in die tijd karakteriseerde, aangezien de ornamenten erg sober blijven. De internationale draagwijdte van Bloemenwerf is duidelijk en beperkt zich niet tot de band die Bloemenwerf heeft met Engeland. Ze kondigt kenmerken aan van de latere Wiener Secession. Ze luidt eveneens zijn verwezenlijkingen tijdens zijn Weimarperiode in, die Van de Velde tegelijk verder wegvoert en dichter bij de art nouveau brengt. Bloemenwerf vormt de beslissende wending in de carrière van Van de Velde. Hij doet definitief afstand van de schone kunsten en wijdt zich voortaan exclusief aan decoratiekunst en architectuur. Het huis is een markante getuige van de ontluiking van de art nouveau. Het geeft vorm aan de artistieke theorieën van zijn auteur: een art nouveau gebaseerd op de rationele conceptie, ontdaan van overbodige versiering en toegepast op de totaliteit van de leefomgeving, van de bouwplannen tot het kleinste gebruiksvoorwerp. Bloemenwerf omvat, hetzij zeer terloops, hetzij erg expliciet, alles wat later de kunst van Van de Velde uitmaakt en zijn zorg voor een « totaaldesign ». De veelhoekige samenstelling van het plan is gewaagd en vertaalt zich in een geraffineerd samenspel van volle en open vlakken in de gevels. De binnenruimte explodeert als het ware, waarbij de kunstenaar streeft naar architecturale en decoratieve transparantie en eenheid. Bloemenwerf wordt volledig gekenmerkt door een eenvoud en helderheid, een samenhang die hij tot in de kleinste details uitwerkt heeft.
Vooropgestelde selectiecriteria (i) en (ii).
http://whc.unesco.org/fr/listesindicatives/5356/

 




<<top